Voorzitter van de jury
Eugène Traey
België, °1915 - 2006
Eugène baron Traey (1915-2006), uit Belgische ouders in Amsterdam geboren, studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen bij Emmanuel Durlet. Hij zette zijn studies voort bij Robert Casadesus in Parijs en bij Karl Leimer en Walter Gieseking in Duitsland. Na deze internationale opleiding als pianist gaf hij naast zijn concertloopbaan les aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen, waar hij tot 1980 directeur was. Hij gaf recitals, concerten met orkest en speelde kamermuziek met Arthur Grumiaux en Jean Laurent en pianoduo's met Frédéric Gevers. Hijwas de grondlegger van kunstencentrum deSingel in Antwerpen en was geregeld jurylid bij gerenommeerde internationale muziekwedstrijden (Moskou, Warschau, München, Tokio e.a.). Eugène Traey was van 1982 tot 1995 juryvoorzitter van de Koningin Elisabethwedstrijd.
  • Biografie
Meer informatie
Lola Bobesco
België, °1920 - 2003
Meer informatie
Philippe Boesmans
België, °1936
Philippe Boesmans studeerde aan het Conservatorium van Luik maar is als componist autodidact. Sterk beïnvloed door het serialisme in het begin ontwikkelde hij een eigen sterk persoonlijke muzikale taal.

Boesmans carrière was erg succesvol. In 1971 ontving hij de Italia Prijs voor Upon La-Mi en men vond hem terug op de belangrijkste festivals voor hedendaagse muziek (Darmstadt, Royan, Zagreb, Avignon, Almeida, Straatsburg, Montréal, Ars Musica, Salzburg en het IRCAM o.a.). Vele van zijn werken werden ook op LP en CD gezet. Hij won de Koussevitzky International Recording Prize en de Charles Cros Academy award.

Boesmans werd producer bij de RTBF in 1971 en composer in residence aan de Muntschouwburg in Brussel waar hij verschillende opdrachten kreeg van Gerard Mortier, waaronder La Passion de Gilles (1983) en de Trakl-Lieder (1987). Zijn band met de Muntschouwburg bleef en directeur Bernard Foccroulle gaf hem een nieuwe opdracht in 1993. De opera Reigen toerde buiten België in Straatsburg, het Théâtre du Châtelet, de Frankfurter Opera, de Opera van Nantes, de Wiener Opern Theatre, in Braunschweig en Amsterdam.

Met zijn vijfde operaproductie Yvonne, princesse de Bourgogne boekte hij een groot succes in de Opéra national van Parijs (de opdrachtgever in 2010).
  • Biografie
Meer informatie
Jacqueline Fontyn
België, °1930
De ouders van Jacqueline barones Fontyn ontdekten al heel vroeg haar muzikaal talent. Kort na haar vijfde verjaardag kreeg ze dagelijks piano-onderricht van de Russische pedagoog Ignace Bolotine die tevens haar interesse en aanleg voor improvisatie stimuleerde. Op 14-jarige leeftijd besloot ze componiste te worden. Marcel Quinet wijdde haar in in de kunst van het componeren, waarna ze naar Parijs vertrok om er via Max Deutsch, het twaalftonenstelsel van Schoenberg te ontdekken. Deze schrijftaal zou ze aanhouden tot 1979, doch steeds in een soepele en vrije stijl.
In 1956 volgde ze cursus orkestdirectie in de klas van Hans Swarowsky, aan de Academie für Musik und Darstellende Kunst van Wenen.

Van 1963 tot 1970 onderwees ze muziektheorie aan het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen en was daarna tot 1990 professor compositie aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Tezelfdertijd was zij een veelgevraagde gastdocente aan diverse universiteiten en conservatoria in Europa (Duitsland, Frankrijk, Hongarije, Nederland, Polen en Zwitserland), de Verenigde Staten van Amerika (in 9 plaatsen gaande van New-York tot Los Angeles) Israël, Egypte, Azië (China, Korea, Singapore, Taiwan) en Nieuw-Zeeland.

Haar compositorisch oeuvre omvat meer dan 100 werken, zowel orkestraal, vocaal, instrumentaal als kamermuziek. Ze worden geprogrammeerd door befaamde orkesten en in prestigieuze festivals over de ganse wereld uitgevoerd.

Jacqueline Fontyn ontving verscheidene onderscheidingen, o.a. de Prijs Oscar Espla in Spanje, en de Prijs Arthur Horegger van de Fondation de France. Tevens werd haar opgedragen om het verplichte concerto voor viool en orkest te componeren voor de finale van de Koningin Elisabethwedstrijd in 1976, alsook twee werken voor de Koussevitzky Music Foundation in the Library of Congress in Washington.

Sinds 2006 zijn al haar manuscripten opgenomen in the Library of Congres. Ze is lid van de Koninklijke Academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België en als erkentelijkheid voor haar artistieke verdiensten werd haar in 1993 door de Koning de titel van Barones verleend.

Haar muzikale taal, die aan een permanente evolutie onderhevig is, is gekenmerkt door een gevoel voor een kleurrijke harmonische sfeer, flexibiliteit in de ritmiek en een creatieve belangstelling voor vernieuwende instrumentale combinaties. De expressieve en poëtische dimensie van haar muziek zoekt direct te communiceren met de gevoelige luisteraar die open staat om nieuwe horizonten te ontdekken.
  • Biografie
Meer informatie
André Laporte
België, °1931
André Laporte werd geboren op 12 juli 1931 te Oplinter, nabij het Vlaams-Brabantse Tienen. Op muzikaal vlak was hij een autodidact en maakte hij zich snel het piano-, klarinet- en orgelspel eigen, terwijl hij gretig kennis nam van de nieuwe muziek via de radioprogramma's van Paul Collaer, Louis De Meester, Vic Legley en David Van de Woestijne, net als zijn generatiegenoot Karel Goeyvaerts.

Na zijn humaniora trok hij naar het Interdiocesaan Hoger Instituut voor Kerkmuziek (kortweg Lemmensinstituut) te Mechelen, waar hij les kreeg van Edgard de Laet, Flor Peeters (orgel) en Marinus De Jong (piano, contrapunt, fuga). Tussen 1953 en 1957 was hij ook student aan de Katholieke Universiteit Leuven waar hij Moderne Wijsbegeerte en Musicologie volgde. Hij rondde zijn studie in de musicologie af met een vergelijkende studie tussen Ludus Tonalis en de Unterweisung im Tonsatz van Paul Hindemith. In 1953 ging hij als leraar muzikale opvoeding en esthetica aan de slag aan de (Brusselse) Middelbare Normaalschool van het Sint-Thomasinstituut. In diezelfde periode componeerde hij zijn eerste stukken, volksliedbewerkingen in de lijn van Hindemith en Bartok, een pianosonate en orgelmuziek.

Hij leerde intussen de muziek kennen van Schönberg, Stravinsky en Messiaen en nam tussen 1960 en 1964 jaarlijks deel aan de Internationale Ferienkurse in Darmstadt en in '64 en '65 ook aan de Kurse für Neue Musik te Keulen. Bij die gelegenheden leerde hij de toonaangevende figuren van de Nieuwe Muziek kennen (Boulez, Maderna, Berio, Ligeti, Stockhausen, Kagel, Gielen). Zoals zovele Belgische componisten kwam ook hij (in 1963) terecht bij de BRT (nu VRT), eerst als producer, later als programmacoördinator, tenslotte als productieleider van het BRT Filharmonisch Orkest (1989), en uiteindelijk als directeur Artistieke Ensembles (1993-1996), functies waarbij hij omringd werd door mensen als D. Van de Woestijne, V. Legley, K. Goeyvaerts, L. De Meester, B. Buckinx, W. Westerlinck en L. Brewaeys. Een functie ook waarin hij "hoogtepunten in de hedendaagse muziek" en "jonge Belgische vertolkers" in de ether kon laten gaan. Samen met de mensen van het (dankzij de BRT pas opgerichte) Instituut voor Psychoakoestica en Elektronische Muziek (IPEM) stichtte hij in 1963 de werkgroep SPECTRA die tot 1967 bestaan heeft.

Ook in het muziekonderwijs verdiende André Laporte zijn sporen. In 1968 al werd hij leraar van het nieuwe vak Nieuwe Technieken aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, pas later kreeg deze onderwijstaak vastere vorm bij zijn aanstelling als docent muziekanalyse, vormleer, harmonie en contrapunt-fuga. In 1988 werd hij docent compositie en later werd dit aangevuld met een opdracht als buitengewoon docent compositie aan de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Onder zijn leerlingen tellen we Luc Brewaeys, Daniël Capelletti en Peter Swinnen.

In 1972 richtte hij samen met Herman Sabbe een nieuwe Belgische afdeling op van de International Society for Contemporary Music (ISCM), waarvan hij tot op heden voorzitter is.

Hij werd lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (1991), lid van de Muziekraad voor Vlaanderen en ondervoorzitter van de Unie van Belgische Componisten. Hij won verschillende prijzen. Naast de Lemmens-Tinel prijs won hij in 1976 de Prix Italia met zijn oratorium La Vita non è sogno. De creatie van dit werk op het Festival van Vlaanderen 1972 in Gent trok de aandacht van de assistent Gerard Mortier, die hem later als intendant van de Munt om een opera zou vragen. Zijn werk kende opvoeringen in binnen- en buitenland en zijn Kafka-opera Das Schloss, die in december 1986 in de Munt werd gecreëerd, beleefde in 1991 zijn Duitse première in het Saarländisches Staatstheater te Saarbrücken.

André Laporte was in 2001-2002 gastprofessor aan het Orpheusinstituut. In 2003 ontving hij de Visser-Neerlandia-Prijs. Transit voor 48 strijkers uit 1978-79 vormde tijdens het Transit Festival van 2004 het uitgangspunt voor compositieopdrachten aan Petra Vermote, Pieter Schuermans en Maarten Buyl. In 2006 werd hij tijdens de ISCM-Music Days in Stuttgart door de algemene vergadering van deze vereniging verkozen tot erelid. In datzelfde jaar werd hij ook erelid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Kunsten en Wetenschappen.
  • Biografie
Meer informatie
Clemens Quatacker
België, °1932 - 2003
Meer informatie
Wilfried Westerlinck
België, °1945
Wilfried Westerlinck werd op 3 oktober 1945 in Leuven geboren, kreeg zijn eerste opleiding in de klassen van piano en hobo aan het Conservatorium van zijn geboortestad alvorens zijn studies af te maken aan de Koninklijke Conservatoria van Brussel en Antwerpen. Zijn voornaamste leraars waren Louis Van Deyck, Jacques Leduc, Victor Legley en Jan Louël in Brussel en August Verbesselt en Daniël Sternefeld in Antwerpen. Verder ging hij zich vervolmaken voor orkestdirectie bij Igor Markevitsj in Monte-Carlo.
Aan het conservatorium van Antwerpen was hij van 1971 tot 1983 lesgever Muziekanalyse en Vormleer. Tussen 1968 en 2001 was hij muziekproducer bij Radio 3 (VRT), verantwoordelijk voor kamer- en symfonische muziek. Hij tekende de ontwerpen voor de grote evenementen ‘Radio 3 in de Stad’ en ‘De Nacht van Radio 3’. In 1972 ontving hij de Tenuto-prijs voor zijn ‘Metamorfose’ voor groot orkest. Later gevolgd door de Jef van Hoof-prijs, de Herman Roelstraete onderscheiding en de Prijs van de Provincie Antwerpen. Dezelfde provincie onderscheidde hem in 1985 met de Eugène Baie-prijs voor de artistieke kwaliteit van zijn oeuvre.
Hij werd uitgenodigd als composer in residence in 1983 op het '4th International Brass Quintet Festival' in Baltimore en in 1995 op het eerste festival 'I Fiamminghi in Campo' in Antwerpen. Tussen 2004 en 2008 is hij regelmatig te gast bij de Spaans-Nederlandse kunstenaarskolonie ‘Fundación Knecht-Drenthe’.
Hij fungeerde als jurylid op wedstrijden te Colmar, Praag, Luxemburg en Italië, maar ook op verschillende compositiewedstrijden in ons land. Hij maakt deel uit van de muziekcommissie van de Provincie Antwerpen. Verder was hij lid van de Raad van Bestuur van het CeBeDeM (Centrum voor Belgische Muziekdocumentatie), de Unie van Belgische Componisten (UBC), de Vlaamse componisten vereniging (ComAV - Componisten-Archipel Vlaanderen) en ook binnen SABAM, de Belgische Auteursvereniging, was hij actief als lid van meerdere commissies. Hij was jarenlang secretaris van het Peter Benoitfonds en is nu nog actief in SWUK (Sociale werken voor Uitvoerende Kunstenaars), dat zich vooral focust op de ondersteuning van getalenteerde jonge solisten in het land. De Middagconcerten van Antwerpen doen beroep op zijn kennis en inzichten om wekelijks boeiende programma’s te verzorgen.
In 2004 was hij gastleraar voor compositie aan de Muziekakademie van Gdansk (Polen). In hetzelfde jaar werd hij uitgenodigd door het Arena Festival in Riga, waar hij een aantal lezingen gaf over de hedendaagse Vlaamse Muziek. En in maart 2006 bood de Baylor University in Waco (Texas) hem een gastprofessoraat aan voor compositie.
Het voormalig kamerorkest van de BRT, Net Nationaal Orkest, de Filharmonie van Antwerpen, het Symfonieorkest van Vlaanderen, het orkest van de Vlaamse opera, De muziekkapel van de Gidsen, het Arriaga kwartet, het Belgische Blaaskwintet, Jozef De Beenhouwer, Jan Vermeulen, pianoduo Kende-Hendrickx, Nicolas Dupont, het Urban kwartet, het Sonorokwartet en vele andere solisten en ensembles speelden werk van hem. In 2015 kreeg hij nog de prestigieuze Visser-Neerlandia prijsvan het ANV, hem uitgereikt in Amsterdam (Algemeen Nederlands Verbond) voor zijn inspanningen om de muziekcultuur in zijn land te verspreiden en te verdedigen.
Kamermuziek- en solowerken maken een groot deel uit van zijn oeuvre, waarbij aandacht voor kleur, timbre en natuurlijke sonoriteit van de instrumenten het halen op vernieuwing en experiment. Uitgangspunt voor vele composities zijn zowel een visuele impuls, alsook vaak een literaire prikkel. Zijn volledig oeuvre tot op heden omvat nu een 100-tal composities.
  • Biografie
Meer informatie
Herbeleef de optredens van Piano 2021
Volg ons op Instagram
Deze Website maakt gebruik van cookies om u de best mogelijke ervaring te bieden.
Door op « ACCEPTEREN » te klikken of door verder te gaan met het gebruik van de Website, aanvaardt u het gebruik van cookies in uw webbrowser. Voor meer informatie over ons cookiebeleid en de verschillende soorten cookies die worden gebruikt, klikt u op Meer informatie
ACCEPTEREN