Voorzitter van de jury
Victor Buffin de Chosal
België, °1867 - 1953
Luitenant-Generaal en componist.
  • Biografie
Meer informatie
Vytautas Bacevicius
Litouwen, °1905 - 1970
Meer informatie
Arthur Bliss
Groot-Brittannië, °1891 - 1975
Sir Arthur Bliss is generally remembered as an English composer, a pillar of the British musical establishment, but he was in fact half-American (on his father’s side), and America was to play an important part in his life and career.

Bliss was born in London on 2 August 1891 and was educated at Rugby School and Pembroke College, Cambridge. In the spring of 1914 he attended the Royal College of Music - only for a term, but long enough to receive valuable instruction and advice from Vaughan Willliams and Holst. His studies were interrupted by the outbreak of the First World War. Bliss obtained a commission, to serve in France, first with the Royal Fusiliers, and then with the Grenadier Guards. He was wounded on the Somme in 1916 and, two years later, gassed at Cambrai, and his bravery was commended in despatches, but he survived - unlike his brother Kennard, whose loss he felt keenly.

Bliss began to make an impact as a composer shortly after the War, with works like Madam Noy (1918) and Rout (1920), and he also began to be noticed as a conductor. The modernity of these early works had gained him a reputation as an enfant terrible but a more mature tone entered his voice with the Mêlée Fantasque of 1921 and, in particular, the Colour Symphony, first performed at the Three Choirs Festival in 1922; it was commissioned at the behest of Elgar, whom Bliss had first met in 1912.

In 1923 Bliss went with his father to the United States, composing little during this period but becoming highly active as a conductor, pianist, lecturer and writer; he also heard his music played by the Boston Symphony Orchestra under Pierre Monteux and the Philadelphia Orchestra under Leopold Stokowski. During this period he met Trudy Hoffmann, whom he married in 1925; early the following year they returned to England and the stream of compositions began to flow again: Introduction and Allegro for orchestra (1926), a quintet for oboe and strings (1927), Pastoral ("Lie strewn the white rocks") for soprano, chorus, flute, timpani and strings (1928) and a Serenade for baritone and orchestra (1929). In the late 1920s Bliss began work on the score that may well be his masterpiece, Morning Heroes, a symphony for orator, chorus and orchestra dedicated to the memory of his brother Kennard and "all other comrades killed in battle". With it, Bliss said, he exorcised his own horrific memories of action in the First World War.

One of Bliss’ most influential scores was his film music for Alexander Korda’s version of H. G. Wells’ Things to Come (1934-1935), which set a benchmark for future composers. This was followed by three equally influential ballets: Checkmate (1937), Miracle in the Gorbals (1944) and Adam Zero (1946). Bliss always responded to the stimulus of writing for individual musicians, and his Piano Concerto (1939) was composed for Solomon, the Violin Concerto (1955) for Alfredo Campoli and the Cello Concerto (1970) for Mstislav Rostropovich. He also continued to produce a number of impressive orchestral scores, not least the Meditations on a Theme of John Blow (1955) and the late Metamorphic Variations (1972).

Bliss’s only attempt at a stage opera, The Olympians (1949), to a libretto by J. B. Priestley, was only moderately successful, and he attempted the genre only once again, in the TV opera Tobias and the Angel (1960), to a text by Christopher Hassall. He continued to enjoy writing for voice: The Enchantress (1952), a scena for contralto and orchestra, was composed for Kathleen Ferrier, and The Beatitudes (1962) is an extensive cantata for soprano, tenor, chorus and orchestra. His last major work was another cantata, Shield of Faith (1975).

Bliss was always at the centre of British musical life: he worked in the Overseas Music Service of the BBC in 1941, and was the BBC’s Director of Music from 1942 to 1944. He was knighted in 1950, and was appointed Master of the Queen’s Musick in 1953, in succession to Sir Arnold Bax. He died on 27 March 1975.

Arthur Bliss is published by Boosey & Hawkes.
  • Biografie
Meer informatie
Robert Casadesus
Frankrijk, °1899 - 1972
Robert Casadesus wordt nu beschouwd als een van de grootste Franse pianisten van de 20e eeuw. Als telg uit een familie van musici behaalde hij op zijn veertiende de eerste prijs piano aan het Conservatorium van Parijs en de Diemer Prijs in 1920. Het volgende jaar begon hij aan zijn eerste tournee in Europa, het startpunt van een internationale carrière die een halve eeuw duurde. In 1935 trad Robert Casadesus voor de eerste keer op in de Verenigde Staten. Toscanini nodigde hem het volgende jaar uit met onmiddellijk succes, wat het begin betekende van vele concertreizen in het bijzonder de Verenigde Staten, maar ook in een veertigtal landen in Europa, het Midden-Oosten, Noord-Afrika en Japan.

Zijn talrijke publieke optredens (bijna 3000 concerten) en zijn uitgebreide discografie (een honderdtal opnames) houden zijn roem vandaag de dag nog steeds in leven. Hij trad op met de grootste dirigenten van zijn tijd, zoals Ansermet, Barbirolli, Beecham, Bernstein, Celibidache, Karajan, Krips, Mengelberg, Monteux, Munch, Mitropoulos, Ormandy, Rosbaud, Schuricht Stokowsky, Szell, Toscanini, Bruno Walter, Weingartner. Hij genoot er ook van het podium te delen met zijn vrouw Gaby, zijn zoon John en violist Zino Francescatti, zijn vriend met wie hij een onvergetelijk duo vormde in talrijke concerten en opnames.

Als pedagoog was Robert Casadesus internationaal gerenommeerd en hij was bijna dertig jaar lang verbonden aan het Amerikaans Conservatorium in Fontainebleau en was ook in de Verenigde Staten actief als hoogleraar en directeur-generaal.

Daarnaast maakte hij naam als componist : hij laat een belangrijk oeuvre na dat bestaat uit 69 werken, waaronder zeven symfonieën, verschillende concerti (voor piano, twee piano's, drie piano's, viool, cello, fluit) en talrijke kamermuziekwerken. De altijd maar groeiende opnames zijn een bewijs van de tijdloze kwaliteit van zijn werk.

Robert Casadesus werd verheven tot de gelederen van Commandeur de la Légion d'honneur (Frankrijk), Commandeur in de Orde van Leopold (België) en Commandeur in de Orde van Nassau (Nederland).
  • Biografie
Meer informatie
Marcel Ciampi
Frankrijk, °1891 - 1980
De Franse pianist en docent Marcel Ciampi studeerde van jongs af aan bij Marie Perez de Brambilla, een oud-leerlinge van Anton Rubinstein, en in 1909 ontving hij een Premier Prix in de klas van Louis Diémer aan het Conservatorium van Parijs. Hij trad in heel Europa op als solist, als de pianist in een trio met Maurice Hayot en André Hekking, en als de frequente partner van Casals, Enescu en Thibaud. Van 1941 tot 1961 was hij docent aan het Conservatorium van Parijs, met als studenten Yvonne Loriod, Cecile Ousset en Eric Heidsieck onder anderen. Hij gaf ook les aan de École Normale de Musique de Paris en aan de Yehudi Menuhin School in Surrey. Zijn weinige opnamen, waaronder Francks Quintet (met het Capet Kwartet) en werken van Chopin en Liszt, onthullen een brede, vrije stijl en een subtiele benadering van geluid die de Russische invloed van zijn eerste leraar lijken te reflecteren. Marcel Ciampi was ook een bekend vertolker van Debussy, voor wie hij een keer opgetreden heeft.
  • Biografie
Meer informatie
Jean Doyen
Frankrijk, °1907 - 1982
De Franse pianist en leraar Jean Doyen studeerde piano aan het Conservatorium van Parijs bij Sophie Chéné, Louis Diémer en Marguerite Long. Na zijn debuut in 1924 bij de Concerts Colonne keerde hij terug naar het conservatorium om contrapunt te studeren bij Paul Vidal en compositie bij Henri Busser. Van 1941 tot 1977 doceerde hij piano aan het Conservatorium, aan studenten als Idil Biret, Philippe Entremont en Dominique Merlet. Hij was een fervent voorvechter van de pianomuziek van zijn Franse tijdgenoten, in het bijzonder Pierné, d'Indy, Hahn, Samazeuilh en Ropartz. Zijn opnames van de concerto's van Ravel (met het Orchestre Lamoureux o.l.v. Jean Fournet) en de integrale walsen van Chopin zijn uitzonderlijk door hun subtiliteit en geestdrift. Hij maakte ook een van de eerste opnames van de complete pianowerken van Fauré. Hij componeerde een pianoconcerto, een aantal kamermuziekwerken en cadensen voor concerti van Mozart en Haydn.
  • Biografie
Meer informatie
Samuel Feinberg
, °1890 - 1962
Meer informatie
Paul Frenkel
Meer informatie
Emil Frey
, °1889 - 1946
Meer informatie
Ignaz Friedman
Polen, °1882 - 1948
Meer informatie
Walter Gieseking
Frankrijk, Duitsland, °1895 - 1956
Meer informatie
Siegfried Grundeis
Duitsland, °1900 - 1953
Meer informatie
Bernard Heinze
Australië, °1894 - 1982
Meer informatie
Léon Jongen
België, °1884 - 1969
Na beëindiging van zijn studies aan het Conservatorium van Luik, werd Léon Jongen organist aan de Sint-Jacqueskerk in zijn geboortestad. In 1913 behaalde hij de Eerste Grote Prijs van Rome voor zijn cantate Les fiancés de Noël. Hij startte een carrière als pianist. In 1918 na Wereldoorlog I reisde hij naar verre oorden zoals Afrika, Indië, China, en Japan en was hij 2 jaar lang directeur en dirigent van de Opéra Français van Hanoï.

Terug in België werd hij in 1934 docent fuga aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, waar hij nadien zijn broer Joseph opvolgde als directeur. Van 1939 tot 1949 dirigeerde hij concerten aan het conservatorium. Zijn Vioolconcerto was het verplichte werk voor de Koningin Elisabethwedstrijd in 1963.

Léon Jongen schreef tal van symfonische werken en had een voorliefde voor het theater. Zijn opera Thomas l’Agnelet is één van de beste lyrische werken ooit in België geschreven. Hoewel hij een groot bewonderaar was van de Franse romantische school en lichtjes werd beïnvloed door César Franck, evolueerde hij toch naar meer modernistische opvattingen.
  • Biografie
Meer informatie
Raoul Koczalski
Polen, °1884 - 1948
Meer informatie
Artur Lemba
Estland, °1885 - 1963
Meer informatie
Marcel Maas
België
Meer informatie
Nicolai Orloff
Verenigde Staten van Amerika, °1884 - 1962
Meer informatie
Petros Petridis
, °1892 - 1978
Meer informatie
Jekabs Poruks
Letland
Meer informatie
Arthur Rubinstein
Polen, Verenigde Staten van Amerika, °1887 - 1982
Warm, lyrical, and aristocratic in his interpretations, Arthur Rubinstein performed impressively into extremely old age, and he was a keyboard prodigy almost from the time he could climb onto a piano bench. He came from a mercantile rather than a musical family, but fixated on the piano as soon as he heard it. At age three he impressed Joseph Joachim, and by the age of seven he was playing Mozart, Schubert, and Mendelssohn at a charity concert in his hometown. In Warsaw, he had piano lessons with Alexander Róóycki; then in 1897 he was sent to Berlin to study piano with Heinrich Barth and theory with Robert Kahn and Max Bruch, all under Joachim's general supervision. In 1899 came his first notable concerto appearance in Potsdam. Soon thereafter, just barely a teenager, he began touring Germany and Poland.

After brief studies with Paderewski in Switzerland in 1903, Arthur Rubinstein moved to Paris, where he met Ravel, Dukas, and Jacques Thibaud, and played Saint-Saëns' G minor Concerto to the composer's approval. That work would remain a flashy Rubinstein vehicle for six decades, and it was the concerto he offered in his American debut with the Philadelphia Orchestra in New York's Carnegie Hall in 1906. His under-prepared American tour was not especially well-received, though, so he withdrew to Europe for further study. He became an adept and sensitive chamber musician and accompanist; his 1912 London debut was accompanying Pablo Casals, and during World War I he toured with Eugène Ysaÿe.

Arthur Rubinstein gave several successful recitals in Spain during the 1916-1917 season, and soon toured Latin America. Along the way he developed a great flair for Hispanic music; Heitor Villa-Lobos went so far as to dedicate to Rubinstein his Rudepoema, one of the toughest works in the repertory. Although he would later be somewhat typecast as a Chopin authority, his readings of Falla, Granados, and Albéniz would always be equally idiomatic.

Arthur Rubinstein's international reputation grew quickly, although he was by his own account a sloppy technician. In the mid-1930s he withdrew again and drilled himself in technique. By 1937 he reemerged as a musician of great discipline, poise, and polish -- qualities he would mostly retain until his farewell recital in London in 1976, at the age of 89. His temperament had sufficient fire for Beethoven but enough poetry for Chopin; his tempos and dynamics were always flexible, but never distorted. His 1960s recordings for RCA of nearly all Chopin's solo piano music have been considered basic to any record collection since their release, and his version of Falla's Nights in the Gardens of Spain is another classic, as are his various late collaborations with the Guarneri Quartet.

Arthur Rubinstein became a naturalized American citizen in 1946, but he maintained residences in California, New York, Paris, and Geneva; two of his children were born in the United States, one in Warsaw, and one in Buenos Aires. He had married Aniela Mlynarska in 1932, but womanizing remained integral to his reputation as an irrepressible bon vivant. He maintained that the slogan "wine, women, and song" as applied to him meant 80 percent women and only 20 percent wine and song.

Still, there was a serious side to his life. After World War II, he refused ever again to perform in Germany, in response to the Nazi extermination of his Polish family. Arthur Rubinstein became a strong supporter of Israel; in gratitude, an international piano competition in his name was instituted in Jerusalem in 1974. His honors included the Gold Medal of the Royal Philharmonic Society of London, the U.S. Medal of Freedom (1976), and membership in the French Legion of Honor.
  • Biografie
Meer informatie
Walter Rummel
Duitsland, °1887 - 1953
Meer informatie
Victor Schioler
Denemarken, °1899 - 1967
Meer informatie
Olga Samaroff-Stockowksy
, °1880 - 1948
Meer informatie
Andrey Stoyanov
, °1890 - 1969
Meer informatie
Arne van Erpekum Sem
Noorwegen, °1873 - 1951
Meer informatie
Emil von Sauer
Duitsland, °1862 - 1942
Meer informatie
Olof Wibergh
Zweden
Meer informatie
Carlo Zecchi
, °1903 - 1984
Meer informatie
Piano 2020 uitgesteld naar 2021
Wedstrijdverloop
H.M. Koningin Mathilde
Juryleden van de pianowedstrijden
Deze Website maakt gebruik van cookies om u de best mogelijke ervaring te bieden.
Door op « ACCEPTEREN » te klikken of door verder te gaan met het gebruik van de Website, aanvaardt u het gebruik van cookies in uw webbrowser. Voor meer informatie over ons cookiebeleid en de verschillende soorten cookies die worden gebruikt, klikt u op Meer informatie
ACCEPTEREN